2.1 Sectorbeeld V&V

De ouderenzorg staat onder structurele druk. De zorgvraag verandert door demografische ontwikkelingen en toenemende complexiteit, terwijl de beschikbare capaciteit, bestaande uit zorgmedewerkers, passende huisvesting en financiële ruimte, steeds verder onder spanning komt te staan. De aard en omvang van deze opgave verschilt per regio en zelfs binnen regio’s. Analyses van CZ zorgkantoor laten zien dat meerdere factoren invloed hebben op de ontwikkeling van de ouderenzorg en op de regionale opgaven die daaruit voortvloeien.

De persoonlijke voorkeur van cliënten verschuift steeds meer richting zelfstandigheid, wonen in de vertrouwde omgeving en maatwerk in ondersteuning. Tegelijkertijd verschillen de mogelijkheden om zorg thuis te organiseren sterk per cliënt en leefomgeving. In sommige wijken is er bijvoorbeeld meer steun vanuit het sociale netwerk en zijn voorzieningen beter beschikbaar; in andere wijken is die steun beperkter en is de druk op mantelzorgers groter. Daardoor kan niet iedereen de beweging naar langer thuis wonen in dezelfde mate maken. Het samenspel van deze ontwikkelingen leidt tot uiteenlopende impact op de ouderenzorg en vraagt om een flexibele, lokale aanpak.

Uit analyses komt ook naar voren dat de beweging richting zorg thuis daadwerkelijk doorzet, waarbij de zorg die thuis wordt geleverd steeds zwaarder en complexer wordt. Daarbij is de intramurale capaciteit landelijk begrensd en regionaal verschillend verdeeld: waar de ene regio te maken heeft met bezettingsdruk, ziet de andere regio juist leegstand of afbouw. Dit alles gebeurt in een context waarin arbeidsmarktkrapte de belangrijkste beperkende factor vormt voor zowel groei als transformatie van het zorgaanbod.

Vanuit de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) verwachten wij de komende jaren verdere ontwikkelingen. Wij volgen deze ontwikkelingen nauw en actualiseren ons beleid waar nodig.

Tegelijkertijd met de geschetste ontwikkelingen signaleren we in de praktijk een aantal terugkerende fricties. Zo zien we dat zorg en ondersteuning bij domeinovergangen of wisselingen van zorgaanbieder of leveringsvorm niet altijd naadloos op elkaar aansluiten. Ook is bij zorg thuis of bij inzet van meerdere partijen niet altijd duidelijk wie regie voert op samenhang en continuïteit rond de cliënt. In de uitvoering leidt dit geregeld tot versnippering, onduidelijkheid en herhaalde afstemming, met risico’s voor kwaliteit, veiligheid en doelmatige inzet van schaarse capaciteit.

Daarnaast zien we dat de druk op toegankelijkheid in de V&V vaak ontstaat in de bredere ouderenzorgketen. Knelpunten in samenwerking, overdracht en doorstroom tussen ziekenhuis, eerste lijn, wijkverpleging en Wlz-zorg werken direct door in de beschikbaarheid en passendheid van Wlz-zorg. Dit is onder meer zichtbaar bij crisisopnames, stagnatie in de uitstroom en situaties waarin cliënten onnodig lang verblijven op een plek die niet goed past bij hun zorgvraag.

De complexiteit van zorg thuis neemt verder toe. Dat vraagt om meer dan alleen een verschuiving van verblijf naar thuis. Het vraagt om een Wlz-specifieke manier van organiseren, met duidelijke afspraken over bereikbaarheid, beschikbaarheid, deskundigheid, regie, samenwerking en veiligheid. Waar die randvoorwaarden onvoldoende op orde zijn, ontstaan risico’s voor cliënten, naasten en zorgaanbieders.

Ook ontbreekt nog regelmatig een scherp en gedeeld beeld van de totale regionale capaciteit en woonzorgmix. Het gaat daarbij niet alleen om intramurale plaatsen, maar ook om geclusterde woonvormen, andere tussenvormen en overig aanbod van zorg in de thuissituatie. Als dit beeld onvoldoende scherp is, wordt het lastiger om tijdig bij te sturen en om regionale keuzes te maken die bijdragen aan toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid.

Deel deze pagina: