1.6 Visie op zorg thuis
CZ zorgkantoor hanteert het uitgangspunt ‘thuis, tenzij’ als leidend kader binnen de Wlz. Wij vinden het belangrijk dat cliënten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, met passende zorg en ondersteuning in de eigen leefomgeving. Zorg thuis is daarbij een volwaardige en toekomstbestendige vorm van zorg, geen tussenstap. Intramuraal verblijf komt alleen in beeld wanneer zorg thuis aantoonbaar niet verantwoord, uitvoerbaar of doelmatig kan worden georganiseerd. Dit uitgangspunt is context gedreven en geldt voor alle zorgprofielen.
De afweging voor de inzet van zorg start bij de vraag van de cliënt en diens kwaliteit van bestaan. Van daaruit wordt bepaald welke ondersteuning nodig en haalbaar is. Professionele normen en expertise zijn daarbij essentieel om te beoordelen wat passende zorg is, maar vormen niet het vertrekpunt op zichzelf. De voorkeur van een zorgaanbieder voor een specifieke leveringsvorm of organisatie van zorg is niet leidend. Professionele zorg wordt ingezet wanneer deze aantoonbaar waarde toevoegt voor de cliënt.
Gezien de schaarste aan zorgprofessionals verwachten wij dat zorgaanbieders doelmatig sturen op de inzet van medewerkers. Daarbij hanteren we een vaste volgorde in de afweging: eerst wat iemand zelf kan met eigen regie, vervolgens wat mogelijk is met ondersteuning van naasten of het netwerk, daarna de inzet van hulpmiddelen of (zorg)technologie, en pas daarna de inzet van zorgmedewerkers. Opschalen naar zwaardere zorginzet of verblijf vindt alleen plaats wanneer dit aantoonbaar noodzakelijk is voor veilige en passende zorg. Deze afweging wordt vastgelegd in het zorgplan en periodiek herijkt.
Afweging passendheid zorg
Bij de beoordeling welke leveringsvorm het beste past, kijken wij naar de individuele situatie van de cliënt. Daarbij zijn de volgende punten leidend:
veiligheid voor de cliënt zelf en voor zijn omgeving;
stabiliteit van de cliënt en de leefomgeving;
planbaarheid van zorg;
beschikbaarheid van toezicht in de directe nabijheid;
eerdere ervaringen met zelfstandig (begeleid) wonen;
draagkracht van het sociale netwerk;
doelmatigheid van de zorg.
Van zorgaanbieders wordt verwacht dat zij voorafgaand aan intramurale opname op de genoemde punten een zorgvuldige check uitvoeren. Dit geldt ook voor bestaande intramurale cliënten waarbij de mogelijkheid is om uit te stromen naar een vorm van zorg thuis.
Randvoorwaarden voor zorg thuis
Het realiseren van zorg thuis vraagt om passende randvoorwaarden, zoals voldoende en geschikt woningaanbod, beschikbaarheid van respijtzorg, aanwezigheid van dagbesteding, regionale samenwerking en inzet van (zorg)technologie. CZ zorgkantoor zet zich samen met zorgaanbieders en andere partners in om deze randvoorwaarden verder te versterken. Wanneer zorg thuis niet (meer) doelmatig of kwalitatief verantwoord is, moet zorg in een andere setting beschikbaar blijven.
Sturing op ‘thuis, tenzij’
De beweging naar meer zorg thuis ontstaat niet alleen door financiële- of prestatieprikkels, maar ook omdat dit past bij de wens van de cliënt. We sturen via volume op beschikbare intramurale capaciteit, maken regionale afspraken over zorg thuis en tussenvormen, en blijven hierover in gesprek aan de regiotafel. Dit vraagt ook van zorgaanbieders met een overwegend intramuraal zorgaanbod een actieve bijdrage aan de regionale beweging richting meer extramurale zorg en zelfstandige woonvormen.
Volgordelijkheid in leveringsvormen
Wij hanteren een duidelijke volgordelijkheid: het Modulair Pakket Thuis (MPT) is voorliggend op het Volledig Pakket Thuis (VPT). Beide extramurale leveringsvormen gaan voor op intramuraal verblijf. Deze volgordelijkheid is gebaseerd op het uitgangspunt dat MPT en VPT passende alternatieven kunnen bieden voor verblijf. MPT wordt ingezet wanneer dit passend en verantwoord is; VPT zien wij als een integraal pakket dat in de thuissituatie vergelijkbare zorg biedt als intramuraal verblijf. Alleen wanneer zorg thuis niet mogelijk is, komt intramurale zorg (Zorgzwaartepakket (ZZP)) in beeld.
Plaats van intramurale zorg
Intramurale zorg is bedoeld voor situaties waarin geen verantwoord of doelmatig extramuraal alternatief beschikbaar is gelet op de zorgvraag en de context van de cliënt. Wat passend is, verschilt per situatie en wordt mede bepaald door factoren zoals woonomgeving en sociaal netwerk. Het uitgangspunt blijft: ‘thuis, tenzij’.
Vanuit dit uitgangspunt heeft CZ zorgkantoor de verantwoordelijkheid om regionaal voldoende en passende intramurale capaciteit beschikbaar te houden, in omvang, spreiding en aansluiting op de zorgvraag. Vastgoed- en exploitatiekeuzes maken daarbij onderdeel uit van het ondernemerschap van zorgaanbieders. Wanneer risico’s ontstaan voor de toegankelijkheid of kwaliteit van zorg, gaat het zorgkantoor hierover gericht in gesprek met zorgaanbieders, zonder hun verantwoordelijkheid over te nemen.