2.4 Sectorspecifieke verwachtingen

In hoofdstuk 1 beschreven we wat wij in algemene zin van alle zorgaanbieders verwachten en wat zij van ons mogen verwachten. Voor de gehandicaptenzorg vullen we dit aan met sectorspecifieke verwachtingen, gebaseerd op de prioriteiten die we zojuist hebben genoemd.

2.4.1 Wat mogen zorgaanbieders van ons verwachten?

  • Bevorderen van regionale spreiding en het aanpakken van tekorten binnen schaarse en specialistische zorg, waaronder crisiszorg en hoogcomplexe zorg. Waar lokale capaciteit of expertise tekortschiet, wordt bovenregionale samenwerking ingezet om kennis en deskundigheid te bundelen.

  • Stimuleren van doorstroom en herpositionering van zorgaanbod wanneer dit bijdraagt aan betere aansluiting bij de regionale opgave.

  • Sturen op het ontwikkelen van integrale woonzorgarrangementen voor cliënten waarin begeleiding, behandeling, wonen en daginvulling samenhangend zijn georganiseerd. Daarbij wordt nadrukkelijk ingezet op het stimuleren van MPT en waar passend combinaties mogelijk zijn met VPT en ZZP.

  • Sturen op passend zorgaanbod voor cliënten die zorg nodig hebben op het snijvlak van GZ-GGZ.

  • Stimuleren van structurele samenwerking tussen GZ en GGZ zorgaanbieders, zodat expertise tijdig beschikbaar is en wordt uitgewisseld om te voorkomen dat cliënten onnodig worden overgedragen.

  • Bevorderen van een stabiel zorglandschap waarin zorgaanbieders gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor moeilijk plaatsbare cliënten en escalatie wordt voorkomen.

2.4.2 Wat verwachten wij van zorgaanbieders in de sector GZ?

  • Actieve inzet op multidisciplinaire samenwerking met andere zorgaanbieders en domeinen vooral bij complexe en snijvlakproblematiek.

  • Bereidheid om regionale verantwoordelijkheid te nemen voor complexe en meervoudige zorgvragen die moeilijk plaatsbaar zijn, ook wanneer dit extra organisatiekracht, aanvullende inzet of aanpassing van werkwijzen vraagt. Hierbij nemen zorgaanbieders een eerlijk aandeel in het oplossen van complexe problematiek. Nu doen sommige zorgaanbieders meer dan anderen.

  • Bereidheid om samen met andere zorgaanbieders bovenregionale of gespecialiseerde oplossingen te organiseren wanneer expertise of capaciteit lokaal ontbreekt.

  • Het meewegen van de sociaal‑ emotionele ontwikkeling als richtinggevend uitgangspunt bij het bepalen van het passende zorg‑  en begeleidingsniveau van cliënten.

  • Werken conform het document de rollen en verantwoordelijkheden bij het vinden van een woonzorgplek en met    het aanmeldformulier passende plek.

  • Transparantie over capaciteit, expertise en knelpunten om regionale sturing mogelijk te maken.

  • Bereidheid om aanbod, werkwijze of inzet aan te passen wanneer regionale analyses daartoe aanleiding geven.

Deel deze pagina: