2.1 Sectorbeeld GZ
2.1.1 Ontwikkelingen
De langdurige gehandicaptenzorg staat onder toenemende druk. De zorgvraag neemt toe en wordt complexer. Tegelijkertijd zijn zorgmedewerkers, huisvesting en specialistische kennis schaars. Cliënten hebben vaak meerdere problemen, zoals psychiatrische stoornissen of verslavingen. Ook worden cliënten ouder waardoor lichamelijke en psychogeriatrische uitdagingen vaker voorkomen. Hierdoor is het steeds lastiger om zorgvragen binnen één sector of domein te organiseren.
Ons uitgangspunt is dat langdurige zorg in essentie integraal is. De ondersteunings- en zorgvraag van Wlz-cliënten laat zich namelijk niet eenvoudig vangen binnen één zorgpakket, profiel of sector. Zorg, ondersteuning, behandeling, daginvulling en wonen lopen in de praktijk door elkaar. Daarom richten wij onze zorginkoop op samenhang tussen alle zorgpakketten, ongeacht de sector. Deze samenhang is leidend en zorg ervoor dat cliënten kunnen rekenen op zorg die aansluit op hun primaire zorgbehoefte met aandacht voor veiligheid en nabijheid. Deze zorg sluit aan op de primaire zorgvragen van cliënten. Binnen die brede samenhang zien we echter dat er specifieke doelgroepen zijn waar extra aandacht nodig is, omdat de problematiek complexer, risicovoller, arbeidsintensiever of meer maatschappelijke inzet vraagt dan gemiddeld. Inzicht in de sociaal emotionele ontwikkeling (SEO) kan hierbij een rol spelen. SEO kan helpen om realistische verwachtingen te formuleren, passende benaderingen te kiezen en begeleiding en behandeling op elkaar af te stemmen. Wanneer dit onvoldoende inzichtelijk is, bestaat het risico op het overvragen of juist ondervragen van cliënten, waardoor de aansluiting met hun draagkracht en ontwikkelingsmogelijkheden ontbreekt.
Tegelijkertijd zien we een duidelijke maatschappelijke beweging richting zelfstandig(er) wonen, meer participatie in de samenleving en eigen regie. Dit past bij ons strategisch thema ‘aan het roer van je eigen leven’. Deze beweging vraagt om andere woon‑ en zorgarrangementen dan traditioneel intramuraal aanbod. Dit vraagt ook om betere aansluiting tussen zorg, wonen, welzijn en het sociaal domein.
Bovengenoemde ontwikkelingen krijgen pas echt betekenis op regionaal niveau. Daar wordt zichtbaar welke knelpunten zich voordoen, zoals:
een tekort aan passende plaatsen voor complexe en moeilijk plaatsbare cliënten;
knelpunten in instroom, doorstroom en uitstroom, waardoor cliënten langer dan wenselijk op ongeschikte zorgplekken verblijven;
versnippering van verantwoordelijkheden tussen zorg, wonen, veiligheid en sociaal domein;
grote regionale verschillen in problematiek (zoals beschikbaarheid van kindzorg, crisisplaatsen, zorgvraag in combinatie met verslaving).
Deze knelpunten brengen risico’s met zich mee voor toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de Gehandicaptenzorg. Cliënten(vertegenwoordigers) geven aan dat uitstel van passende zorg en ondersteuning regelmatig leidt tot zwaardere zorg op een later moment. Zij benadrukken het belang van tijdige toegang tot zorg en goede samenwerking tussen betrokken partijen. Zonder gezamenlijke keuzes en regionale afstemming bestaat het risico dat cliënten vastlopen in ongeschikte zorgvormen of tussen zorgdomeinen blijven hangen.
2.1.2 Complexe zorg voor cliënten op het snijvlak van de GZ-GGZ
Ons doel is voldoende passend zorgaanbod voor cliënten met een complexe zorgvraag, zodat deze cliënten tijdig een passende plek krijgen. Bij het bieden van passende zorg en ondersteuning aan cliënten met een complexe zorgvraag door zorgaanbieders hanteren wij het uitgangspunt "ja, tenzij". Wij constateren dat bemiddeling voor deze cliënten steeds moeilijker wordt, en verwachten dat zorgaanbieders hierin gezamenlijk hun verantwoordelijkheid nemen.
Samen werken we aan het organiseren van passende zorg en aan de randvoorwaarden die nodig zijn voor een duurzame hulpverleningsrelatie. Belangrijk daarbij zijn competente en vakbekwame zorgprofessionals en een passende context en leefomgeving voor de cliënt. We hebben hierbij oog voor de bredere omgeving en (interne) stakeholders van zorgaanbieders. Dit vraagt van zorgaanbieders inzet, organisatiekracht en structurele samenwerking op terreinen waar nog onvoldoende expertise aanwezig is. Dit draagt bij aan het doel dat iedere cliënt met deze complexe zorgvraag passende zorg en ondersteuning krijgt. Dichtbij als het kan, verder weg als het nodig is.
2.1.3 Gezamenlijke verantwoordelijkheid in de regio
De zorg en ondersteuning die cliënten nodig hebben, laat zich niet altijd organiseren binnen één zorgvorm, één zorgaanbieder of één domein. Juist bij complexe en kwetsbare situaties vraagt dit om samenhang, continuïteit en duidelijke, gezamenlijke verantwoordelijkheden. Het uitgangspunt is dat cliënten geen nadelige gevolgen mogen ondervinden van versnippering, afbakeningen of onduidelijkheid in het zorglandschap.
Niemand mag zonder zorg komen te zitten doordat onduidelijk is wie regie voert of verantwoordelijk is voor afstemming. Daarom dragen partijen in de regio gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het organiseren van passende en samenhangende zorg.
Om deze gezamenlijke verantwoordelijkheid goed vorm te geven, werken zorgkantoor en zorgaanbieders vanuit een gedeeld en actueel beeld van de regio. De inzichten hieruit helpen om risico’s en knelpunten te signaleren en te bepalen waar gezamenlijke inzet nodig is. Data en regiobeelden zijn daarmee geen doel op zich, maar een middel om tijdig bij te sturen en onze gezamenlijke verantwoordelijkheid daadwerkelijk te nemen.
Het is essentieel dat er één dossierhouder is en dat helder is waar dit is belegd. Tegelijkertijd wordt er gezamenlijk verantwoordelijkheid genomen voor cliënten met complexe problematiek. Hoe dit wordt vormgegeven kan per situatie verschillen, maar het uitgangspunt is dat een vaste regiehouder bijdraagt aan samenhang, continuïteit en duidelijkheid voor cliënten en hun naasten. Dit vraagt daarom om structurele samenwerking en expertisedeling tussen de sectoren GZ en de GGZ. Door domein- en sector overstijgend te werken en gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen, sluit de zorg beter aan bij de daadwerkelijke zorgvraag van deze doelgroep.
2.1.4 Het landelijk akkoord tussen VGN en ZN is eind 2025 afgelopen
Momenteel wordt er gewerkt aan een vervolg om samen de gehandicaptenzorg toekomstbestendig te maken. De zogeheten kanslijnen uit het eerdere akkoord blijven relevant om de gehandicaptenzorg te vernieuwen en te transformeren. Wij bespreken de ontwikkelingen en behaalde resultaten rond deze kanslijnen met de zorgaanbieders.