2.2 Prioriteiten 2027–2029

Wij inventariseerden knelpunten en belangrijke thema’s. Dit deden wij op basis van:

  • Regionale bijeenkomsten met zorgaanbieders,

  • Regionale bijeenkomsten met cliënten,

  • Signalen van cliënten, naasten en onafhankelijk cliëntondersteuners (OCO),

  • Signalen van zorginkopers, zorgaanbieders en zorgbemiddelaars,

  • Regiokaart Complex,

  • Data-analyse.

Zorgaanbieders, zorginkopers, zorgbemiddelaars, data-analyse en de Regiokaart Complex

Uit de regionale bijeenkomsten met zorgaanbieders, signalen van zorgaanbieders, zorginkopers en zorgbemiddelaars en de vulling van de Regiokaart Complex komt een consistent beeld naar voren van een sector die onder druk staat door toenemende complexiteit van de doelgroep, beperkingen in het zorgaanbod en knelpunten in de samenwerking.

Zorgaanbieders signaleren dat de zorgvraag zwaarder en complexer wordt, onder andere door een toename van cliënten met gecombineerde problematiek en een groeiende groep moeilijk plaatsbare cliënten. Tegelijkertijd sluit het bestaande aanbod hier niet altijd goed op aan, mede door beperkte capaciteit en onvoldoende passende (tussen)voorzieningen. Knelpunten spelen vooral bij cliënten op het snijvlak van GZ en GGZ, cliënten met verslavingsproblematiek en cliënten met psychiatrische problematiek in combinatie met veiligheidsvraagstukken. Deze groepen vragen om een ander type zorgaanbod en meer intensieve samenwerking, waar het huidige systeem nog onvoldoende op ingericht is.

Daarnaast wordt de doorstroom binnen de keten als knelpunt ervaren. Overgangen tussen intramuraal en zelfstandig wonen zijn groot en er ontbreekt vaak passend vervolg- of nazorgaanbod, waardoor cliënten terugvallen of zonder zorg komen te zitten.

Een terugkerend thema is de beperkte samenwerking binnen en tussen domeinen. Zorgaanbieders geven aan dat het zorglandschap versnipperd is en dat samenwerking wordt bemoeilijkt door verschillende verantwoordelijkheden, financieringsstromen en wet- en regelgeving. Er is behoefte aan meer regie en sturing op samenwerking, zowel regionaal als domeinoverstijgend.

Daarnaast ervaren zorgaanbieders knelpunten in randvoorwaarden voor zorgverlening, zoals personeelstekorten, administratieve lasten en financieringssystematiek. De huidige manier van bekostigen en verantwoorden sluit niet altijd aan bij de benodigde flexibiliteit in de zorg voor deze doelgroep. Tot slot wordt benadrukt dat er behoefte is aan meer ruimte voor maatwerk en innovatie, bijvoorbeeld in het organiseren van zorg, het differentiëren van aanbod en het versterken van samenwerking in de regio.

Cliënten(vertegenwoordiging), naasten en OCO

Waar zorgaanbieders vooral knelpunten signaleren in het zorgaanbod en de samenwerking, laten signalen van cliënten, naasten en OCO zien dat zij in de praktijk vooral knelpunten ervaren in de uitvoering en begrijpelijkheid van het systeem. De rode draad in de klantsignalen is dat er veel onduidelijkheid bestaat over regelgeving, rollen en processen binnen de langdurige ggz. Dit betreft met name de rolverdeling rondom dossierhouderschap en de procedures rondom het beëindigen of weigeren van zorg. Deze onduidelijkheid leidt in de praktijk tot onzekerheid bij cliënten en naasten, vertraging in het organiseren van passende zorg en verschillen in interpretatie tussen zorgaanbieders. Daarnaast blijkt dat communicatie en informatievoorziening door zorgaanbieders richting cliënten onvoldoende aansluiten bij hun behoeften, waardoor verwachtingen niet altijd helder zijn en frustratie kan ontstaan.

De analyse laat daarmee zien dat naast inhoudelijke knelpunten in het zorgaanbod, ook de uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid van het systeem zelf een belangrijke rol spelen in hoe cliënten de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg ervaren.

Gesprekken met cliënten(vertegenwoordiging) zien hoe deze knelpunten doorwerken in de dagelijkse praktijk en in de ervaren kwaliteit van zorg. Cliënten benadrukken dat kwaliteit van zorg niet alleen wordt bepaald door het voldoen aan formele kaders, maar vooral door de mate waarin zorg passend is bij de individuele situatie, met voldoende aandacht voor menselijke nabijheid, continuïteit en deskundigheid. Tegelijkertijd wordt onderstreept dat het voldoen aan het kwaliteitskader GGZ een belangrijke randvoorwaarde blijft voor verantwoorde zorg. Daarnaast signaleren zij knelpunten in de samenhang en toegankelijkheid van zorg. Met name bij overgangen tussen domeinen – zoals tussen jeugd en volwassenenzorg en tussen Wmo, Zvw en Wlz – ervaren zij dat schotten in wet- en regelgeving leiden tot vertraging, onduidelijkheid en soms uitstel van passende zorg.

Ook bredere aspecten van het dagelijks functioneren spelen een belangrijke rol in de ervaren kwaliteit van zorg. Cliënten(vertegenwoordiging) benoemen eenzaamheid, het ontbreken van een sociaal netwerk en beperkte mogelijkheden voor participatie als belangrijke aandachtspunten. Zij geven aan dat aandacht voor welzijn, sociale verbinding en netwerkbetrokkenheid essentieel is voor herstel en stabiliteit, maar in de praktijk niet altijd voldoende wordt gerealiseerd.

Verder geven cliënten(vertegenwoordiging) aan dat ontwikkelingen zoals digitalisering en administratieve belasting invloed hebben op de zorg. Innovaties worden positief ontvangen wanneer deze ondersteunend zijn, maar mogen het persoonlijk contact niet vervangen en moeten aansluiten bij de mogelijkheden van cliënten. Tegelijkertijd ervaren cliënten dat administratieve lasten indirect ten koste kunnen gaan van tijd voor directe zorg.

Tot slot benadrukken cliënten(vertegenwoordiging) dat personeelstekorten en werkdruk zichtbaar en merkbaar zijn in de zorgverlening. Dit heeft invloed op continuïteit en aandacht voor cliënten en onderstreept het belang van een professionele en veilige organisatiecultuur waarin kwaliteit van zorg en aanspreekbaarheid van personeel centraal staan.

Deze inventarisatie leidt voor de periode 2027–2029 tot de volgende prioriteiten voor de sector GGZ:

  • Tijdig en passend zorgaanbod voor cliënten met complexe zorgvragen
     We sturen op voldoende passend regionaal en – waar nodig – bovenregionaal zorgaanbod voor cliënten met complexe problematiek, zodat zij niet onnodig hoeven te wachten op zorg of vastlopen in het systeem.

  • Versterken van samenhang tussen domeinen en sectoren
     We zetten in op betere aansluiting op andere domeinen en minder overdrachtsmomenten voor cliënten.

  • Verbeteren van door‑  en uitstroom
     We stimuleren beweging waar dat verantwoord is: doorstroom binnen de Wlz en uitstroom naar zelfstandigere woon‑  en zorgvormen, om vastlopen en onnodige verzwaring van zorg te voorkomen.

  • Gerichte aandacht voor specifieke doelgroepen
     Extra focus ligt op:

    • cliënten op het snijvlak van GZ en GGZ

    • cliënten met verslavingsproblematiek;

    • cliënten met psychiatrische problematiek en veiligheidsvraagstukken.

Deze doelgroepen worden in samenhang met de Regiokaart Complex en regionale analyses verder uitgewerkt.

  • Behandeling als onderdeel van integrale GGZ‑ Wlz‑ zorg
    Binnen de GGZ Wlz ligt het zwaartepunt op wonen, begeleiding en kwaliteit van leven. Behandeling wordt ingezet wanneer dit bijdraagt aan het voorkomen van ontregeling of verergering van de zorgvraag van de cliënt. Behandeling is ondersteunend aan de langdurige zorgcontext en wordt niet standaard of aanbod gedreven ingezet.

2.2.1 Regiokaart Complex

De Regiokaart Complex is een landelijk instrument. Zorgkantoren en zorgaanbieders brengen hiermee het regionale en bovenregionale zorgaanbod voor cliënten met een complexe GGZ-zorgvraag in kaart.

Door systematisch inzicht te bieden in zowel het beschikbare zorgaanbod als de ervaren knelpunten, ondersteunt de Regiokaart Complex zorgkantoren bij het vormgeven van passende, duurzame en toekomstbestendige zorg. Ook vormt het een belangrijke bouwsteen voor regionale prioritering. Hiermee is de Regiokaart Complex een essentieel hulpmiddel om vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid te komen tot gerichte verbeteracties in de regio.

Betekenis voor het regionale inkoopbeleid
 Binnen het regionale inkoopbeleid wordt de Regiokaart Complex ingezet om scherpere, datagedreven keuzes te maken over regionale investeringen en om ontwikkelopgaven te prioriteren. Door de Regiokaart Complex structureel te koppelen aan regionale overleggen, ontstaat een gezamenlijke focus op thema’s waar de grootste fricties worden ervaren. De Regiokaart Complex maakt deze knelpunten duidelijk en ondersteunt ons bij het formuleren van afspraken met zorgaanbieders, waaronder plannen voor het oplossen van knelpunten, het organiseren van (boven)regionale functies of het realiseren van benodigd zorgaanbod. Deze aanpak versterkt de regionale uitvoeringskracht en draagt bij aan een doelmatige inzet van middelen binnen de Wlz.

2.2.2 Doelgroepenbeleid

Ons uitgangspunt is dat langdurige zorg in essentie integraal is. De ondersteunings- en zorgvraag van Wlz-cliënten laat zich namelijk niet eenvoudig vangen binnen één zorgpakket, profiel of sector. Zorg, begeleiding, behandeling, daginvulling en wonen lopen in de praktijk door elkaar. Daarom richten wij ons in onze zorginkoop op samenhang tussen alle zorgpakketten, ongeacht de sector. Deze samenhang is leidend in onze zorginkoop. Dit betekent dat cliënten kunnen rekenen op zorg die aansluit bij hun zorgvraag, inclusief veiligheid en nabijheid. Deze zorg sluit aan op de primaire zorgvragen van cliënten. Binnen die brede samenhang zien we echter dat er specifieke doelgroepen zijn waar extra aandacht nodig is, omdat de problematiek complexer, risicovoller, arbeidsintensiever of meer maatschappelijke inzet vraagt dan gemiddeld.

De complexe doelgroepen zijn opgenomen en uitgewerkt binnen de Regiokaart Complex. Ook besteden wij expliciet aandacht aan cliënten op het snijvlak GZ-GGZ en aan verslavingsproblematiek. Uit data-analyses en signalen uit de praktijk blijkt dat juist bij deze groepen de problematiek zich opstapelt in zorgzwaarte, instabiliteit, uitstroombelemmeringen en maatschappelijke impact. Deze doelgroepen vragen om aanvullende aandacht in de zorginkoop, gericht op gespecialiseerde expertise, integrale zorg en betere afstemming tussen zorgdomeinen. Hierbij is het inzicht in de sociaal emotionele ontwikkeling (SEO) van belang. SEO kan helpen om realistische verwachtingen te formuleren, passende benaderingen te kiezen en begeleiding en behandeling op elkaar af te stemmen. Wanneer dit onvoldoende inzichtelijk is bestaat het risico op over- of ondervraging van cliënten en onvoldoende aansluiting bij hun draagkracht en ontwikkelingsmogelijkheden.

2.2.2.1 Complexe zorg op het snijvlak GZ-GGZ

Ons doel is: voldoende passend zorgaanbod voor cliënten met een complexe zorgvraag, zodat deze cliënten tijdig een passende plek krijgen. Bij het bieden van passende zorg en ondersteuning aan mensen met een complexe zorgvraag door zorgaanbieders hanteren wij het uitgangspunt "ja, tenzij". Wij constateren dat bemiddeling voor deze cliënten steeds moeilijker wordt, en verwachten dat zorgaanbieders hierin gezamenlijk hun verantwoordelijkheid nemen.

Samen werken we aan het organiseren van passende zorg en aan de randvoorwaarden die nodig zijn voor een duurzame hulpverleningsrelatie. Belangrijk daarbij zijn competente en vakbekwame zorgprofessionals en een passende context en leefomgeving voor de cliënt. We hebben hierbij oog voor de bredere omgeving en (interne) stakeholders van zorgaanbieders. Dit vraagt van zorgaanbieders inzet, organisatiekracht en structurele samenwerking op terreinen waar nog onvoldoende expertise aanwezig is. Dit draagt bij aan het doel dat iedere cliënt met deze complexe zorgvraag passende zorg en ondersteuning krijgt. Dichtbij als het kan, verder weg als het nodig is.

2.2.2.2 Verslavingszorg

Verslavingsproblematiek kan voorkomen binnen alle GGZ‑ zorgprofielen en kent duidelijke regionale verschillen in het aantal cliënten met deze problematiek. Deze verschillen hangen samen met onder andere de bevolkingssamenstelling, stedelijkheid, sociaaleconomische factoren en de bestaande regionale zorginfrastructuur. In sommige regio’s leidt dit tot een relatief hoge concentratie cliënten met verslavingsproblematiek, wat extra druk legt op het zorgaanbod en de continuïteit van begeleiding en behandeling.

Cliënten met een verslaving zijn vaak kwetsbaar voor ontregeling en terugval. Passende zorg vraagt daarom om meer dan alleen zorg gericht op de verslaving zelf. Veiligheid, stabiliteit en het behoud of herstel van functioneren vragen om een samenhangend (woon)zorgaanbod dat houvast biedt in het dagelijks leven en aansluit bij motivatieproblematiek en terugvalgevoeligheid.

Wij contracteren zorgaanbieders die beschikken over de capaciteit om zorg integraal en samenhangend te organiseren en regionaal samen te werken. Omdat uitsluiting op basis van verslaving in de praktijk regelmatig voorkomt, vinden wij het belangrijk dat zorgaanbieders deze zorgvraag binnen hun zorgaanbod kunnen opvangen. Hiermee dragen wij bij aan continuïteit van zorg en voorkomen we dat cliënten zonder zorg komen te zitten.

2.2.3 Gezamenlijke verantwoordelijkheid in de regio

De zorg en ondersteuning die cliënten nodig hebben, laat zich niet altijd organiseren binnen één zorgvorm, één zorgaanbieder of één domein. Juist bij complexe en kwetsbare situaties vraagt dit om samenhang, continuïteit en duidelijke en gezamenlijke verantwoordelijkheden. Het uitgangspunt is dat cliënten geen nadelige gevolgen mogen ondervinden van versnippering, afbakeningen of onduidelijkheid in het zorglandschap. Niemand mag zonder zorg komen te zitten doordat onduidelijk is wie regie voert of wie verantwoordelijk is voor de afstemming. Daarom dragen partijen in de regio gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het organiseren van passende en samenhangende zorg.

Om deze gezamenlijke verantwoordelijkheid goed vorm te geven, werken zorgkantoor en zorgaanbieders vanuit een gedeeld en actueel beeld van de regio. De inzichten hieruit helpen om risico’s en knelpunten te signaleren en te bepalen waar gezamenlijke inzet nodig is. Data en regiobeelden zijn daarmee geen doel op zich, maar een middel om tijdig bij te sturen en onze gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen.

Het is essentieel dat er één dossierhouder is en dat helder is waar dit is belegd. Tegelijkertijd wordt er gezamenlijk verantwoordelijkheid genomen voor cliënten met complexe problematiek. Hoe dit wordt vormgegeven kan per situatie verschillen, maar het uitgangspunt is dat een vaste regiehouder bijdraagt aan samenhang, continuïteit en duidelijkheid voor cliënten en hun naasten. Dit vraagt daarom om structurele samenwerking en expertisedeling tussen de sectoren GZ en de GGZ. Door domeinoverstijgend te werken en gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen, sluit de zorg beter aan bij de daadwerkelijke zorgvraag van deze doelgroep.

2.2.4 Behandeling

Het zwaartepunt in de GGZ Wlz ligt op woonzorg, herstelondersteuning en kwaliteit van leven. Niet primair op behandeling. Behandeling wordt ingezet als dit bijdraagt aan het voorkomen van ontregeling of verergering van de zorgvraag en is daardoor onderdeel van integrale zorg voor mensen met een Wlz-indicatie.
 Een behandeling wordt niet standaard of aanbod gedreven geleverd, maar uitsluitend wanneer dit aantoonbaar bijdraagt aan de zorgvraag van de cliënt binnen de context van de langdurige zorg. Dit vraagt om afstemming tussen behandeling, begeleiding en wonen. Daarbij wordt periodiek en expliciet afgewogen of een behandeling bijdraagt aan de stabiliteit, het herstel en het functioneren van de cliënt. Zorgaanbieders borgen dat behandeling beschikbaar is wanneer dit nodig is, ook in samenwerking met ketenpartners. Tegelijk voorkomen zij dat behandeling een leidend of op zichzelf staand karakter krijgt binnen de zorgverlening.

2.2.5 Levensloopaanpak

Het aantal cliënten met een Wlz-indicatie dat wordt geïncludeerd in de Levensloopaanpak (new window) stijgt. Er is steeds meer zicht op de woonzorgbehoefte van deze groep cliënten. De woonzorgbehoefte sluit niet goed aan bij het huidige zorgaanbod en er zijn onvoldoende plekken. Levensloopaanbieders geven aan dat voor ongeveer 40% van deze groep geen passende huisvesting is en voor bijna 30% deze huisvesting niet optimaal passend is. Zorgkantoren zien de noodzaak om samen met zorgaanbieders ander en meer zorgaanbod voor deze doelgroep te organiseren en gaan hierover met levensloopaanbieders in gesprek.

Deel deze pagina: